-
Spraakverwarring bij verzinken
Bron: Stichting doelmatig verzinken
Inleiding
Misverstanden tussen ontwerpers, bestekschrijvers en uitvoerders bij het voorschrijven van applicatiemethoden voor zinken deklagen zijn makkelijk te vermijden als de juiste termen worden gebruikt. Van de toe te passen methode hangt de dikte van de aan te brengen laag af en daarmee de weerstand tegen corrosie. Een goed gebruik van de juiste termen is daarom van het hoogste belang voor een goede kwaliteit van het eindproduct.
Het gebruik van de aanduiding verzinken in bestekken of op tekeningen is verwarrend en leidt in de praktijk tot klachten en schades door een te grote vrijheid bij de uitvoerder van het bestek. Met verzinken wordt alleen bedoeld: het aanbrengen van een laag zink. Een applicatiemethode, en dus een gewenste eindkwaliteit, wordt niet vastgelegd. In het bouwproces ontbreekt later veelal de aandacht of de wil om alsnog een methode af te spreken. De opdrachtgever of de eindgebruiker zit dan meestal met de negatieve gevolgen.
Omdat iedereen streeft naar een goede kwaliteit zet deze brochure de zeven methoden voor het aanbrengen van een zinken deklaag uitteen en geeft aan met welke termen de gewenste kwaliteit eenduidig kan worden voorgeschreven.
Spraakverwarring bij verzinken
Zinklagen kunnen op ijzer en staal worden aangebracht volgens de zeven onderstaande mehoden:
1. Thermisch verzinken (discontinu)
2. Centrifuge verzinken
3. Sendzimir- (continu thermisch) verzinken
4. Sherardiseren
5. Spuiten van zinkdraad of zinkpoeder
6. Elektrolytisch verzinken
7. Mechanisch verzinken
Niet-metallieke deklagen met zink kunnen met zinkstofverf of zinkstofcompound worden aangebracht. Deze worden hier niet verder behandeld.
1. Thermisch verzinken discontinu
Het thermisch verzinken is een dompelproces, waarbij objecten gedurende korte tijd bij 445- 465°C in vloeibaar zink worden gedompeld. Daarbij vormen zich op het ijzer- of staaloppervlak lagen van zink- ijzerlegeringen, afgedekt door een zinklaag. De gezamenlijke laagdikte ligt veelal tussen 50 en 150µm. Het zinklaaggewicht varieert van 350 tot ca. 1050 g/m≤. Wanneer men het zinklaaggewicht in g/m≤ deelt door 7 verkrijgt men de gemiddelde zinklaagdikte in micrometers.
Verzinken(zonder verdere aanduiding) betekent slechts: het aanbrengen ven een laag zink, zonder daarmee een bepaalde applicatiemethode aan te geven. In de tabel zijn de officieel door de European General Galvanizers Association (Europese Verzinkers Federatie) vastgestelde technische aanduidingen voor de zeven zinkapplicatiemethoden weergegeven. In voorschriften, bestekken, offertes, correspondentie e.d. gebruikt men bij voorkeur de Nederlandse verzinknormen, te weten:
- Voor in loon verzinkt werk: NEN EN ISO 1461 Door thermisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen- specificaties (laatste uitgave)
- Voor rond staaldraad NEN 915 ìThermisch aangebrachte zinklagen op rond staaldraad- Eisen en keuringsmethoden (laatst uitgave)
- Voor stalen pijpen: NEN-EN 10240 ìinwendige en/of uitwendige beschermende deklagen voor stalen buizen- specificaties voor dompelverzinkte deklagen aangebracht in geautomatiseerde installatiesî.
Omdat normen regelmatig worden vernieuwd en gewijzigd, verdient het aanbeveling steeds de nieuwst druk te gebruiken of voor te schrijven. De benamingen vuurverzinken, volbadverzinken, galvaniseren, warm galvaniseren en verzinken zijn onjuist respectievelijk onvolledig en moeten in bestekken, voorschriften e.d. niet meer worden gebruikt. Niet afzonderlijk genormeerd maar in de praktijk wel gebruikt wordt het zogenaamde deltaverzinken. Hierbij wordt het zinkbad op 530- 560° C gebracht. Het resultaat is een andere legeringslaagopbouw en meestal dunnere lagen. De kans op zogenaamde doorgegroeide legeringlagen is kleiner. Vooral bij centrifugeverzinken wordt deze methode wel toegepast, maar soms ook op grotere voorwerpen en constructiedelen.
2. Centrifuge verzinken
Centrifuge vezinken is eveneens een thermisch verzinkproces. Alleen kleinere delen zoals bouten, moeren, draadeinden, schetsplaten enz. kunnen zo thermisch verzinkt worden. De materialen worden nadat ze voorbehandeld zijn, in korven verzinkt. Nadat de korven uit het zinkbad komen, worden ze in een centrifuge geplaatst. Deze slingert het niet gereageerde zink weg. De verkregen zinklaagdikte is daardoor iets dunner dan bij discontinu thermisch verzinken. Soms wordt het zinkbad tot boven de 530°C verwarmd. Er is dan sprake van het zogenaamde deltaverzinken. Hiermee ontstaat een andere opbouw van de zink- ijzerlegeringslagen en is de gevoeligheid voor reactieve staalsoorten minder. De minimaal toegestane laagdikte na centrifuge verzinken is ook vastgelegd in de norm NEN EN ISO 1461 door termisch verzinken aangebrachte deklagen op ijzeren en stalen voorwerpen- specificaties (laatste uitgave). Alleen artikelen met schroefdraad zijn apart genormeerd in NEN EN ISO 10684 oppervlaktebehandeling van bevestigingsartikelen met schroefdraad- thermisch verzinken.
3. Continu verzinken
Naast het discontinu verzinken is het continu verzinkproces van grote betekenis. Hoewel er verschillende continuprocessen zijn, wordt dit proces vaak aangeduid als sendzimir verzinken. Dit leidt meestal niet tot verwarring. Bij continu thermisch verzinken wordt staalband of draad na achtereenvolgens oxiderend en reducerend te zijn gegloeid, continu verzinkt, waarbij zinklagen ter dikte van 15-30 µm worden verkregen. Het verzinkte materiaal wordt verder verwerkt. Bewerkingen zijn mogelijk zonder of slechts met geringe beschadiging van de zinklaag, omdat in dit geval de zink/ijzer- legeringslagen vrijwel geheel ontbreken. De handel vermeldt voor continu verzinkte coils, platen e.d. het zinklaaggewicht per m≤ dubbelzijdig oppervlak, in tegenstelling tot hetgeen bij discontinu verzinkte voorwerpen gebruikelijk is. In de praktijk ligt het dubbelzijdig zinklaaggewicht tussen 200 g/m≤ en 450g/m≤. Het meest toegepaste continu thermisch verzinkte materiaal heeft een zinklaag gewicht van 275 g/m≤ is ca. 19µm per plaatzijde. Er komt echter plaatmateriaal voor, waarbij aan weerzijden lagen van verschillende dikte zijn aangebracht. Soms worden Zn/AL- legeringen gebruikt. Aanduidingen als gegalvaniserde plaat en verzinkte plaat zijn verkeerd. Zij moeten worden vervangen door continu-thermische verzinkte of sendzimir- verzinkte plaat, volgens ISO 4998 continuous hot-dip zinc-coated carbon steel sheet of structural quality of ook NEN EN 10147 continu dompelverzinkte band en plaat voor constructiedoeleinden- technische leveringvoorwaarden (laatste uitgave).
4. Sherardiseren
Het sherard verzinken is een diffusieproces, waarbij op stalen en gietijzeren voorwerpen zink- ijzerlegeringslagen worden verkegen door inwerking van zinkstof bij 380- 410°C in een roterende trommel. Daarbij wordt een laagdikte van 15-25µm verkregen. Dit proces dat een zeer slijtvaste en roestwerende laag geeft, wordt voornamelijk op kleinere massaonderdelen toegepast. De Nederlandse norm voor sherard verzinken is NEN EN 13811 sherardiseren- zinkdiffusiedeklagen op ijzer- en staalproducten- specificatie (laatste uitgave).
5. Zinkspuiten
Het spuiten van zink geschiedt door middel van het draad (het z.g. schoperen) of poeder (het z.g. schoriseren) met behulp van metalliseerpistolen op vooraf blank gestraalde ijzer- en staaloppervlakken. Daarbij kunnen in het algemeen zinklaagdikten van 25-250 µm worden verkregen. Metalliseren is als aanduiding te algemeen en heeft betrekking op het spuiten van allerlei metaallagen. Het is dus raadzaam een van de eerder genoemde namen te bezigen. Norm: NEN EN ISO 2063, metallieke en andere niet- organische deklagen- thermisch spuiten- zink, aluminium en hun legeringen (laatste uitgave).
6. Elektrolytisch verzinken
Bij dit galvanische proces worden langs elektrochemische weg zinklagen neergeslagen op het metaal oppervlak(. Deze zinklagen varieren meestal in dikte van 1-25 µm en vertonen- als gevolg van een nabehandeling in chroomzuur of bichromaat- oplossingen- vaak een transparant groengele resp. strogele tot metalliek blauwe tint. Norm: NEN EN 1403 corrosiebescherming van metalen- electrolytisch aangebrachte deklagen- methoden voor het specificeren van algemene eisen NEN EN 12329 en corrosiebescherming van metalen- electrolytisch aangebrachte deklagen van zink met aanvullende behandeling op ijzer en zink. Ook wordt continu electrolytisch verzinkte staalplaat geleverd met een uiterst dun zinklaagje van 1- 3 µm. Dergelijke zinklaagjes zijn gefosfateerd of gechromateerd en dienen als tijdelijke roestwering bij opslag binnenshuis van zulke platen en daaruit gefabriceerde onderdelen, alvorens deze producten met luchtdrogende verven of met moffellakken worden gespoten. Norm: NEN EN ISO- 10152 electrolytisch verzinkte koudgewalste platte staalproducten- technische leveringsvoorwaarden
7. Mechanisch verzinken
Mechanisch verzinken is een verzinkproces waarbij langs mechanische weg op kleine metalen onderdelen zink wordt aangebracht. De onderdelen worden na een chemische voorbehandeling samen met glaskorrels, water en chemicalien in een roterende meerhoekige trommel gestort. Tijdens het draaien wordt een speciaal chemisch product toegevoegd waardoor een koperlaagje op het metallisch blanke staal neerslaat. De koperlaag is de basis voor de hechting van de zinklaag. Hierna worden hulpstoffen en zinkpoeder toegevoegd. Door de draaiende beweging van de trommel hameren de glasparels het zinkpoeder op het oxidevrije oppervlak. Daardoor ontstaat een zeer gelijkmatige zinklaag op de onderdelen. De laagdikte is vooraf te bepalen en kan varieren van 3 tot 85 µm. Als nabewerking kunnen de onderdelen nog gechromateerd of geolied worden. Het mechanisch verzinken wordt toegepast op verbindingsartikelen zoals bouten, moeren, beugels, hang- en sluitwerk enz. Norm: NEN EN ISO 12683. Mechanisch aangebrachte deklagen van zinkspecificaties en beproevingsmethoden.
Waarschuwing
De benaming koudverzinken, koud-galvaniseren en vloeibaar zink zijn misleidend en het gebruik daarvan is in enkele landen bij wet verboden, b.v. in Duitsland. Bedoeld wordt meestal het aanbrengen van zinkstofverflagen of zinstofcompoundlagen. Deze applicaties resulteren niet in een bescherming, zoals metallisch zink geeft aan ijzeren en stalen voorwerpen en constructies.
Kijk voor meer informatie op www.sdvonline.nl
-
Renovatie spouwankers
Voor het vervangen van spouwankers is het niet meer noodzaak de gehele muur te slopen. Het kan nu met het UNI-boorspouwanker met plug, die door de spouw in de binnenmuur wordt gemonteerd. Later wordt het gat in de buitengevel gevuld met twee componentenlijm voor hechting van het golfproflel in de buitengevel.
De voordelen van het UNI-boorspouwanker voor renovatie zijn:
- Zonder afbraak goedkoop renoveren;
- Eén standaard type (zelfde als voor nieuwbouw) is eenvoudig voor inkoop, opslag en verwerking;
- De flexibiliteit van het UNI-boorspouwanker voorkomt scheuren.
Stap voor stap verwerking:
1. Boren gat Ø14 in het kruispunt van de voegen.
2. Boren gat Ø6x300 in het binnenblad.
3. UNI-boorspouwanker met plug aanbrengen m.b.v. de UNI-pijpsleutel.
4. Twee componentenlijm aanbrengen.
- Home
- Klantenservice
- Techniek overzicht
Klantenservice
Voor interessante links, een antwoord op uw vraag, direct contact, productondersteuning en informatie over verkooppunten kunt u hier terecht. Kunnen wij u helpen?
