Corrosiebestendigheid

Veilige spouwverankering altijd in roestvaststaal

Flexplug / spouwanker RVS

Uit de geldende regelgeving volgt dat alleen roestvaststalen spouwankers geschikt zijn voor toepassing in de spouw van buitengevels. In de regel dient roestvaststaal RVS A4 (AISI 316) te worden verwerkt, in sommige gevallen zou RVS A2 (AISI 304) kunnen volstaan.
Verzinkte spouwankers voldoen in deze toepassing niet aan het Bouwbesluit 2012.

 

Bouwbesluit 2012

Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor bewoners, gebruikers en omgeving. Daarom heeft de overheid in het Bouwbesluit 2012 voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu vastgelegd. Een bouwwerk moet altijd voldoen aan die voorschriften.

 

Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk

Eurocodes zijn Europese normen voor het toetsen van de veiligheid van nieuwe bouwconstructies. Sinds de ingang van Bouwbesluit 2012 is ten aanzien van constructies van metselwerk de Eurocode 6 van toepassing. Onderdeel hiervan is NEN-EN 1996-2 aangaande de eisen die gehanteerd worden bij de specificatie van de diverse materialen die in steenconstructies worden gebruikt. Dit is onder meer om de duurzaamheid van de materialen gedurende de gebruiksperiode te kunnen garanderen. Het uitgangspunt daarbij is dat gebruikte materialen moeten passen in de betreffende milieuklasse (MX1 t/m MX-5).

 

Spouwankers voor buitengevel altijd in roestvast staal

Over het algemeen geldt voor een spouw van een buitengevel dat een milieuklasse MX3.2 moet worden aangehouden. In deze milieuklasse dient een spouwanker uit materiaal RVS AISI 316 (werkstofnummer 1.4362, 1.4401, 1.4404, 1.4571) te worden toegepast. In enkele gevallen geldt een milieuklasse MX3.1, waar een RVS AISI 304 (werkstofnummer 1.4301) zou kunnen voldoen. Van deze milieuklasse is sprake als duidelijk vast staat dat de gevel niet met regen of vorst wordt belast. Volgens de norm zouden ook verzinkte staaltoepassingen mogen worden gebruikt, mits ze zijn voorzien van een zinklaag van minimaal 940 g/m2. In de praktijk vervalt deze optie omdat een dergelijke laagdikte niet aangebracht kan worden op spouwankers.

Gebr. Bodegraven BV anticipeert telkens zo goed mogelijk op de geldende regelgeving. Desondanks aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor onze adviezen en de deugdelijkheid van bouwconstructies. Wij raden u aan om de constructieve verankering altijd door de verantwoordelijk constructeur van het bouwwerk te laten controleren.

 

Corrosiebestendigheid

Gebr. Bodegraven BV gebruikt voor haar producten verschillende materialen en oppervlaktebehandelingen. Waar de producten worden toegepast en wat de functie is van het product spelen mee in deze keuze. Hieronder worden de voorkomende materialen en oppervlaktebehandelingen uitgelegd.

 

  • »  RVS 316 O.G. - AISI 316/V4A/A4 of gelijkwaardig

    •  
    • RVS 316 O.G. - AISI 316/V4A/A4 of gelijkwaardig
    •  
    • RVS 316 o.g. = AISI 316/V4A/A4 of gelijkwaardig, allemaal afkortingen die op meerdere grondstofnummers slaan. Volgens de Duitse DIN 1053 en de Zulassung Z-30.3-6 hoort bij RVS 316 o.g. de volgende werkstofnummers: 1.4401, 1.4404 en 1.4362, alle materialen zijn even duurzaam. Enige verschil is dat werkstofnummer 1.4362 magnetisch is en de overige werkstofnummers niet. Dit zorgt wel eens voor een verwarring met “gewoon” staal. Zodra RVS 316 gebruikt wordt voor spouwankers kan dit materiaal toegepast worden tot en met de milieuklasse MX4. De milieuklassen staan omschreven in de NEN-EN 1996-2 bijlage A. De constructeur dient te allen tijde het juiste type materiaal voor de spouwankers te bepalen!
    •  
  • »  RVS 304 = AISI 304/V2A/A2

    •  
    • RVS 304 = AISI 304/V2A/A2
    •  
    • RVS 304 = AISI 304/V2A/A2, allemaal afkortingen die op hetzelfde grondstof slaan. Volgens de Duitse DIN 1053 en de Zulassung Z-30.3-6 hoort bij RVS 304 onder andere werkstofnummer 1.4301. Zodra RVS 304 gebruikt wordt voor spouwankers kan dit materiaal toegepast worden tot en met de milieuklasse MX3.1. De milieuklassen staan omschreven in de NEN-EN 1996-2 bijlage A.
    •  
  • »  ABS - Acrylonitril Butadieen Styreen

    •  
    • ABS - Acrylonitril Butadieen Styreen
    •  
    • Acrylonitril Butadieen Styreen
    •  
  • »  AL - Aluminium

    •  
    • AL - Aluminium
    •  
    • Aluminium
    •  
  • »  AZ - AluZinc

    •  
    • AZ - AluZinc
    •  
    • AluZinc
    •  
  • »  BG - Band gebeitst

    •  
    • BG - Band gebeitst
    •  
    • Band gebeitst
    •  
  • »  BGL - Blauw gelakt

    •  
    • BGL - Blauw gelakt
    •  
    • Blauw gelakt
    •  
  • »  BL - Blank

    •  
    • BL - Blank
    • Blank
    •  
  • »  BOG - Band ongebeitst

    •  
    • BOG - Band ongebeitst
    •  
    • Band ongebeitst
    •  
  • »  CU - Koper

    •  
    • CU - Koper
    •  
    • Koper
    •  
  • »  EP - Epoxy Coating

    •  
    • EP - Epoxy Coating
    •  
    • Epoxy Coating
    •  
  • »  EV - Elektrolytisch verzinkt

    •  
    • EV - Elektrolytisch verzinkt
    •  
    • Elektrolytisch verzinkt (blauw passiveren) volgens ISO 2081:2009 na het ontvetten en beitsen wordt er een zinklaag in een elektrolytisch proces op het product aangebracht. De dikte van de zinklaag wordt bepaald door de stroomsterkte en tijdsduur van het verzinkingproces. Hierna worden de producten gepassiveerd*, dit om de beschermingsduur te verlengen. 35-80 gr/m2 *Passiveren (Chromateren). Na het verzinken wordt het voorwerp gepassiveerd (chromateren). Dit kan in blauw of geel passiveren. Passiveren maakt de zinklaag hard en gaat corrosie tegen. Passiveren geeft het product ook een fraai uiterlijk.
    •  
  • »  EVNY - Electrolytisch verzinkt + Nylon

    •  
    • EVNY - Electrolytisch verzinkt + Nylon
    •  
    • Electrolytisch verzinkt + Nylon
    •  
  • »  GA - Galfan

    •  
    • GA - Galfan
    •  
    • Galfan
    •  
  • »  GP - Geel gepassiveerd

    •  
    • GP - Geel gepassiveerd
    •  
    • Geel gepassiveerd Elektrolytisch verzinkt Geel Gepassiveerd volgens ISO 2081:2009 na het ontvetten en beitsen wordt er een zinklaag in een elektrolytisch proces op het product aangebracht. De dikte van de zinklaag wordt bepaald door de stroomsterkte en tijdsduur van het verzinkingproces. Hierna worden de producten gepassiveerd*, dit om de beschermingsduur te verlengen. 35-80 gr/m2 *Passiveren (Chromateren). Na het verzinken wordt het voorwerp gepassiveerd (chromateren). Dit kan in blauw of geel passiveren. Passiveren maakt de zinklaag hard en gaat corrosie tegen. Passiveren geeft het product ook een fraai uiterlijk (chroom-6 vrij).
    •  
  • »  HT - Hout

    •  
    • HT - Hout
    •  
    • Hout
    •  
  • »  KS - Kunststof

    •  
    • KS - Kunststof
    •  
    • Kunststof
    •  
  • »  MA

    •  
    • MA
    •  
    • MA
    •  
  • »  MS - Messing

    •  
    • MS - Messing
    •  
    • Messing
    •  
  • »  NY - Nylon - Polyamide

    •  
    • NY - Nylon - Polyamide PA6, Ultramid B3
    •  
    • Polyamide in de omgangstaal ook vaak gewoon Nylon genoemd, is een kunststof met de neiging om vocht te absorberen. Polyamide (Nylon) is een hygroscopische kunststof. Dit betekent dat dit materiaal vocht opneemt, maar ook weer afgeeft. Het materiaal blijft zich continue aanpassen aan de vochtigheidsgraad van de omgeving waar het zich op dat moment in bevindt. Dit proces verloopt zeer geleidelijk in de tijd.

      Nylon kan wel 10% van zijn eigen gewicht absorberen. Deze vochtabsorptie veroorzaakt een verlaging van de treksterkte en de stijfheid, maar een toename van de taaiheid. Het geabsorbeerde vocht werkt als een weekmaker. Het meest vervelende aspect van de vochtabsorptie is niet het effect op de sterkte, maar op de groei van de afmetingen. Deze toename van de afmetingen kan tot wel 3% gaan en gecombineerd met een verlaging van de treksterkte en de stijfheid een probleem gaan vormen tijdens het inbrengen van pluggen in de geboorde gaten. Met name deze ‘dikkere’ en ‘slap’ geworden pluggen passen moeilijk in de geboorde gaten en kunnen tot vervelende situaties leiden. De pluggen kunnen gaan knikken tijdens het inbrengen en laten zich niet of nauwelijks in het geboorde gat plaatsen. De pluggen enkele dagen bij kamertemperatuur opslaan en de pluggen keren weer terug in een goede gebruikstoestand.

      Veel kunststofsoorten, zo ook nylon, zijn bij lagere temperaturen gevoeliger voor slagbelasting.

      Advies:
      De Nylon pluggen droog en bij kamertemperatuur opslaan. Pluggen niet langdurig in de regen laten liggen. De pluggen niet verwerken als de temperatuur onder de 7 graden Celsius is.

    •  
  • »  PE - Polyethyleen

    •  
    • PE - Polyethyleen
    •  
    • Polyethyleen
    •  
  • »  PP - Polypropyleen

    •  
    • PP - Polypropyleen
    •  
    • Polypropyleen
    •  
  • »  PS - Polystyreen

    •  
    • PS - Polystyreen
    •  
    • Polystyreen
    •  
  • »  SV - Sendzimir Verzinkt band

    •  
    • SV - Sendzimir Verzinkt band
    •  
    • Sendzimir Verzinkt band, (continue thermisch verzinkt), volgens EN 10142 bewerkt tot product na het verzinken en daardoor is op de bewerkingsplaatsen zinklaag beschadigd. De beschadigde plaatsen worden door de kathodische werking van zink beschermd. 2 zijdig = 275 gr/m2
    •  
  • »  TV - Thermisch verzinkt

    •  
    • TV - Thermisch verzinkt
    •  
    • Thermisch verzinkt, (discontinue thermisch verzinkt), volgens NEN 1275, gedompeld in vloeibaar zink en vervolgens gecentrifugeerd. Na productie vindt de zink behandeling plaats, hierdoor geen zink beschadigingen op het product. 200-350 gr/m2
    •  
  • »  TVB - Thermisch verzinkt band

    •  
    • TVB - Thermisch verzinkt band
    •  
    • Thermisch verzinkt band
    •  
  • »  VB - Verzinkt Band

    •  
    • VB - Verzinkt Band
    •  
    • Verzinkt Band, (continue thermisch verzinkt) volgens EN 10142 bewerkt tot product na het verzinken en daardoor is op de bewerkingsplaatsen zinklaag beschadigd. De beschadigde plaatsen worden door de kathodische werking van zink beschermd. 150 gr/m2
    •  
  • »  VD - Verzinkt Draad

    •  
    • VD - Verzinkt Draad
    •  
    • Verzinkt Draad, (continue thermisch verzinkt) volgens EN 10142 bewerkt tot product na het verzinken en daardoor is op de bewerkingsplaatsen zinklaag beschadigd. De beschadigde plaatsen worden door de kathodische werking van zink beschermd. 60-90 gr/m2
    •  
  • »  Overige materialen en oppervlaktebehandelingen

    •  
    • VM - Vermessingd
    •  
    • Vermessingd
    •  
    • VT - Vertint
    •  
    • Vertint
    •  
    • VZ - Verzinkt
    •  
    • Verzinkt
    •  
    • ZP - Zwart gepassiveerd
    •  
    • Zwart gepassiveerd
    •  
    • ZV - Zwart verzinkt
    •  
    • Zwart verzinkt
    •  
    • ZW - Zwart
    •  
    • Zwart
    •